Op bezoek bij een Masai

Van andere overlanders hoorden we lovende verhalen over het gekende Masai Mara NP. We krijgen niet genoeg van de parken hier en we beginnen stilletjes aan te beseffen dat ons avontuur op zijn einde begint te lopen en dat het nog wel even zal duren voor we terug de kans om met eigen auto de Afrikaanse Bush te doorkruisen. We beslissen dan ook richting Masai Mara te gaande nog eens (waarschijnlijk de laatste) een onvergetelijke wildlife experience mee te maken.
We rijden via het regen- en modderachtige mount Kenya gebied naar het prachtige Aberdare NP. Het gebied bevindt zich op meer dan 3000m hoogte en het is er bar koud, maar wel de moeite waard. We zien prachtige watervallen.
Onze volgende stop was lake naivasha. We waren van plan een fietstocht te doen rond het meer, maar de gietende regen gooit roet in het eten.

Aangezien het gebied rond Masai Mara droger zou moeten zijn, rijden we de volgende dag alweer door. We nemen de lange en lastige route naar Oolololo gate in het westen van het park die toegang geeft tot de Mara triangle. Dat hebben we ons niet beklaagd. Dit deel van de
Masai Mara wordt relatief weinig bezocht door toeristen, er zijn slechts een handvol upmarket loges die toegang geven tot dit gebied. Bovendien, zo wordt ons verteld door een vriendelijke ranger, wordt de Mara triangle beheerd door een muzungu (blanke), in tegenstelling tot het andere toeristischere deel van het gebied. Volgens de ranger zijn daardoor de wegen beter onderhouden en wordt de opbrengst eerlijk verdeeld onder de communities. Ook hier zijn we uiteraard alleen op de basic campsite. We kunnen wel genieten van een prachtig uitzicht over de Mara vlakte. De volgende dag hebben we platte band en ontmoeten we de vriendelijke ranger Jackson. Hij biedt ons aan met ons mee te rijden, aangezien hij de mooiste plekjes van het park kent. En zo rijden we 3 dagen met Jackson rond. Hij laat ons fantastische dingen zien, spreekt heel goed Engels, weet veel over het park en de dieren en dankzij zijn aanwezigheid mogen we offroad rijden. Een groot voordeel als we de safari auto’s zagen met mokkende toeristen omdat ze niet dichter naar de rivier mogen rijden als er een groep wildebeesten oversteekt.

Als Jackson ons vraagt of we op bezoek willen komen bij hem thuis, twijfelen we niet. De dag voordien bekt hij zijn vrouw op om te zeggen dat zijn vrienden op bezoek komen en dat ze eten moet klaarmaken, liefst aardappelen, want dat eten muzungus graag. Als we zijn dorp binnenrijden moeten we regelmatig stoppen omdat hij ons wil voorstellen. Er is geen weg naar zijn huis, dus rijden we recht door de Bush waar zijn vrouw en kinderen ons opwachten. ze heeft haar mooiste kleren aan, een soort hoed dat bij ons op trouwfeesten wordt gedragen. We worden hartelijk ontvangen. We moeten zeker nog eens teruggaan, want ze hebben ons beloofd dat we dan een kalf krijgen, Maggie en Delphine gaan dan samen koeien melken en moesten we kinderen hebben, worden ze gratis besneden door Jackson zijn kleine mama (2e vrouw van zijn vader) die daar erg getalenteerd in schijnt te zijn.

Door onze contacten met Jackson leren we zowat alle rangers in de Mara triangle kennen. We worden telkens uitgenodigd voor thee met chapati en voelen ons er al thuis.

Masai Mara was heerlijk. We zagen elke dag verschillende groepen leeuwen, cheetah’s, neushoorns en af en toe een luipaard. Het landschap is onvergetelijk en we hebben er schitterende mensen ontmoet. We moeten dan ook onze mening herzien over de Masai. Diegenen die armbanden verkopen en helemaal verkleed zijn voor de toeristen, zijn niet altijd even vriendelijk, maar de doorsnee Masai (gewoon in jeansbroek, trouwens) is gastvrij, vriendelijk en behulpzaam.

20121213-121255.jpg

20121213-121316.jpg

20121213-121339.jpg

20121213-123444.jpg

20121213-123516.jpg

20121213-123533.jpg

20121213-123603.jpg

20121213-123621.jpg

20121213-123639.jpg

20121213-123650.jpg

20121213-123658.jpg

20121213-123724.jpg

20121213-123739.jpg

20121213-123820.jpg

20121213-123855.jpg

De evenaar over

Al bij de grensovergang van Tanzania naar Kenia is duidelijk dat Kenia ontwikkelder is. We moeten onze vingerafdrukken geven, er wordt een foto van ons genomen en plots spreekt bijna iedereen vlot Engels. In Nairobi logeren we bij Jungle junction waar we nog veel andere overlanders ontmoeten. Er worden volop verhalen uitgewisseld en we slagen erin om onze waslijst aan taakjes (onderhoud van Genghis, wat herstellingen aan de tent,…) in 1 dag af te ronden. We genieten van een heerlijke maaltijd in een Indisch restaurant (beter dan we ooit in India hebben gegeten) en zetten daarna onze tocht verder richting Meru NP. Na 9 maanden verlaten we het zuidelijk halfrond en steken we de evenaar over.

20121213-112857.jpg

Meru NP blijkt een pareltje te zijn. We rijden er 3 dagen rond zonder een andere auto tegen te komen. De dieren zijn moeilijker te zien en het is bijvoorbeeld minder spectaculair als de serengeti, maar dat wordt gecompenseerd door een prachtige campsite met zwembad voor ons alleen en de vriendelijke Mohammed die ons verwelkomde met een kampvuur als we ’s avonds van onze gamedrive terugkwamen. We zagen er trouwens de vrij zeldzame generoek, een antilope met lange nek en vreemd genoeg ook een simpele poes.

20121213-113408.jpg

20121213-113506.jpg

Bij het buitenrijden van het park kwamen we dit wezentje tegen…

20121213-113615.jpg