Terug in België…

Zoals sommigen onder jullie al weten zijn we terug in België… Genghis hebben we in Arusha, Tanzania kunnen verkopen aan een lokaal safaribedrijf dat auto’s verhuurt voor selfdrivers. We zijn met de koper overeengekomen dat we hem in de komende 3 jaar nog mogen gebruiken. Dat maakte het afscheid van ons huis op wielen minder definitief… Genghis heeft het trouwens schitterend gedaan. We hebben ondanks het zeer veel off road rijden nooit vastgezeten en we hebben buiten een paar platte banden (en batterijen) geen problemen gehad.

Nu genieten we ervan onze familie en vrienden terug te zien en we appreciëren dingen die we vroeger als vanzelfsprekend beschouwden. ‘Wauw, warm water om de afwas mee te doen’ ‘nog beter: een vaatwasmachine’, ‘snelle wegen zonder potholes of police stops’ ‘flush toilets everywhere en WC papier!!!’

Maar toch missen we Afrika. Eigenlijk waren die police stops niet zo vervelend, want meestal was het toch om ons een goeie reis te wensen. En met potholes had Genghis helemaal geen problemen, onze gehuurde smart heeft het al moeilijk met een riooldeksel. Bij het kamperen in de bush ontbrak alle luxe, maar wat is er beter dan wakker te worden en vanuit je tent te genieten van de zonsopgang over een Afrikaanse vlakte?

Van een ding zijn we alvast overtuigd. Het was een onvergetelijk jaar dat we voor geen geld van de wereld hadden willen missen.
De meest voorkomende vraag is ‘wat was nu het mooiste land of de mooiste bezienswaardigheid?’
Daar moeten we het antwoord schuldig op blijven… We hebben het voorbije jaar 35000 km afgelegd en 9 landen doorkruist. Elk land had zijn highlights en was speciaal om een andere reden. Niet in het minste de fantastische mensen die we overal ontmoet hebben. We gaan het allemaal heel hard missen!!!

20121213-130812.jpg

Advertenties

Op bezoek bij een Masai

Van andere overlanders hoorden we lovende verhalen over het gekende Masai Mara NP. We krijgen niet genoeg van de parken hier en we beginnen stilletjes aan te beseffen dat ons avontuur op zijn einde begint te lopen en dat het nog wel even zal duren voor we terug de kans om met eigen auto de Afrikaanse Bush te doorkruisen. We beslissen dan ook richting Masai Mara te gaande nog eens (waarschijnlijk de laatste) een onvergetelijke wildlife experience mee te maken.
We rijden via het regen- en modderachtige mount Kenya gebied naar het prachtige Aberdare NP. Het gebied bevindt zich op meer dan 3000m hoogte en het is er bar koud, maar wel de moeite waard. We zien prachtige watervallen.
Onze volgende stop was lake naivasha. We waren van plan een fietstocht te doen rond het meer, maar de gietende regen gooit roet in het eten.

Aangezien het gebied rond Masai Mara droger zou moeten zijn, rijden we de volgende dag alweer door. We nemen de lange en lastige route naar Oolololo gate in het westen van het park die toegang geeft tot de Mara triangle. Dat hebben we ons niet beklaagd. Dit deel van de
Masai Mara wordt relatief weinig bezocht door toeristen, er zijn slechts een handvol upmarket loges die toegang geven tot dit gebied. Bovendien, zo wordt ons verteld door een vriendelijke ranger, wordt de Mara triangle beheerd door een muzungu (blanke), in tegenstelling tot het andere toeristischere deel van het gebied. Volgens de ranger zijn daardoor de wegen beter onderhouden en wordt de opbrengst eerlijk verdeeld onder de communities. Ook hier zijn we uiteraard alleen op de basic campsite. We kunnen wel genieten van een prachtig uitzicht over de Mara vlakte. De volgende dag hebben we platte band en ontmoeten we de vriendelijke ranger Jackson. Hij biedt ons aan met ons mee te rijden, aangezien hij de mooiste plekjes van het park kent. En zo rijden we 3 dagen met Jackson rond. Hij laat ons fantastische dingen zien, spreekt heel goed Engels, weet veel over het park en de dieren en dankzij zijn aanwezigheid mogen we offroad rijden. Een groot voordeel als we de safari auto’s zagen met mokkende toeristen omdat ze niet dichter naar de rivier mogen rijden als er een groep wildebeesten oversteekt.

Als Jackson ons vraagt of we op bezoek willen komen bij hem thuis, twijfelen we niet. De dag voordien bekt hij zijn vrouw op om te zeggen dat zijn vrienden op bezoek komen en dat ze eten moet klaarmaken, liefst aardappelen, want dat eten muzungus graag. Als we zijn dorp binnenrijden moeten we regelmatig stoppen omdat hij ons wil voorstellen. Er is geen weg naar zijn huis, dus rijden we recht door de Bush waar zijn vrouw en kinderen ons opwachten. ze heeft haar mooiste kleren aan, een soort hoed dat bij ons op trouwfeesten wordt gedragen. We worden hartelijk ontvangen. We moeten zeker nog eens teruggaan, want ze hebben ons beloofd dat we dan een kalf krijgen, Maggie en Delphine gaan dan samen koeien melken en moesten we kinderen hebben, worden ze gratis besneden door Jackson zijn kleine mama (2e vrouw van zijn vader) die daar erg getalenteerd in schijnt te zijn.

Door onze contacten met Jackson leren we zowat alle rangers in de Mara triangle kennen. We worden telkens uitgenodigd voor thee met chapati en voelen ons er al thuis.

Masai Mara was heerlijk. We zagen elke dag verschillende groepen leeuwen, cheetah’s, neushoorns en af en toe een luipaard. Het landschap is onvergetelijk en we hebben er schitterende mensen ontmoet. We moeten dan ook onze mening herzien over de Masai. Diegenen die armbanden verkopen en helemaal verkleed zijn voor de toeristen, zijn niet altijd even vriendelijk, maar de doorsnee Masai (gewoon in jeansbroek, trouwens) is gastvrij, vriendelijk en behulpzaam.

20121213-121255.jpg

20121213-121316.jpg

20121213-121339.jpg

20121213-123444.jpg

20121213-123516.jpg

20121213-123533.jpg

20121213-123603.jpg

20121213-123621.jpg

20121213-123639.jpg

20121213-123650.jpg

20121213-123658.jpg

20121213-123724.jpg

20121213-123739.jpg

20121213-123820.jpg

20121213-123855.jpg

De evenaar over

Al bij de grensovergang van Tanzania naar Kenia is duidelijk dat Kenia ontwikkelder is. We moeten onze vingerafdrukken geven, er wordt een foto van ons genomen en plots spreekt bijna iedereen vlot Engels. In Nairobi logeren we bij Jungle junction waar we nog veel andere overlanders ontmoeten. Er worden volop verhalen uitgewisseld en we slagen erin om onze waslijst aan taakjes (onderhoud van Genghis, wat herstellingen aan de tent,…) in 1 dag af te ronden. We genieten van een heerlijke maaltijd in een Indisch restaurant (beter dan we ooit in India hebben gegeten) en zetten daarna onze tocht verder richting Meru NP. Na 9 maanden verlaten we het zuidelijk halfrond en steken we de evenaar over.

20121213-112857.jpg

Meru NP blijkt een pareltje te zijn. We rijden er 3 dagen rond zonder een andere auto tegen te komen. De dieren zijn moeilijker te zien en het is bijvoorbeeld minder spectaculair als de serengeti, maar dat wordt gecompenseerd door een prachtige campsite met zwembad voor ons alleen en de vriendelijke Mohammed die ons verwelkomde met een kampvuur als we ’s avonds van onze gamedrive terugkwamen. We zagen er trouwens de vrij zeldzame generoek, een antilope met lange nek en vreemd genoeg ook een simpele poes.

20121213-113408.jpg

20121213-113506.jpg

Bij het buitenrijden van het park kwamen we dit wezentje tegen…

20121213-113615.jpg

To migrate or not to migrate?

Na het heerlijke Onsea vertrekken we naar de Serengeti. We besluiten Ngorongoro links te laten liggen, te duur. Voor een nachtje kamperen en een bezoek aan de krater komen we uit aan 400USD. Toch wat veel om een dagje beestjes te kijken. iedereen die ernaar toe gaat vindt het prachtig, maar niet iedereen is te spreken over de hoeveelheid volk.

We rijden dus via Lake Natron naar de oostelijke ingang van Serengeti. De weg naar Lake Natron is prachtig mooi, maar geen nationaal park. De vriendelijke (niet dus) Masaai hebben er niet beter op gevonden dan in elk dorpje een tollgate te installeren en een Mzungu taks te heffen. Over een potholed gravel weg van 110 km zijn we 90 USD kwijt aan bribes voor de lokale overheden en houden we er een heel bittere nasmaak aan over. Ik kan me net inhouden om aan de laatste gate (50 USD) de wachter een toek op zijn bakkes te geven. Racisme, zegt u? Ik word er nog kwaad van als ik er aan terugdenk.

Enfin, gelukkig kunnen we er een mooie flamingokolonie bezoeken en zijn de zichten onvergetelijk.

IMG_9084

IMG_9061

IMG_9056

We zijn eigenlijk te vroeg voor de migratie, maar, horen we al snel, de regens zijn vroeg dit jaar en de migratie is al volop op gang.  We bezoeken eerst de traditionele Serengeti hotspots en moeten we toegeven, die zijn van het beste wat Afrika te bieden heeft. Je moet er wel een hoop minibusjes bijnemen. Een olifant in het water trekt al gauw de aandacht van een 20-tal busjes.

Verder zien we de eerste dagen leeuwen, luipaard, buffels, wildebeest, olifanten, en een prachtige Verreaux eagle owl. Van een van de gidsen op de campsite krijgen we de tip om toch verder noordwaarts te gaan. Daar zouden we kans hebben om de migratie te zien. En belangrijker nog de crossing over de Mara rivier.

IMG_9165

IMG_9268

IMG_9369

Onderweg ernaar toe is het al serieus de moeite. We zien al massa’s antilopen en hebben het geluk leeuwen met cubs te zien die amper een week oud waren.

IMG_9380

IMG_9629

Nu zullen jullie zeggen, amaai das wel de moeite zeg, maar het hoogtepunt moet dan nog komen. Dag 3 spenderen we aan de oevers van de Mara. We hebben pech. We zien de wildebeesten in grote aantallen aan de oever van de rivier massaal samentroepen, maar ze vergeten het startschot te geven en vandaag steekt er niets de Mara over in de Serengeti.

We besluiten nog een dagje te verlengen en vinden gratis onderdak in het fort van de rangers van Tabora B. Zelfs kan ik hier in hun salon genieten van enkele premier league wedstrijden, terwij moeder de vrouw voor spijs en drank zorgt.

De dag erna hopen we dat het prijs is. Na enkele uren roept Delphine opeens: ze zijn aan het crossen!!!! In de verte zien we de eerste troepen de rivier oversteken. In volle vaart schiet Genghis door de savanne om het spektakel van ons leven te kunnen meemaken. Er zijn geen woorden voor om dit te beschrijven. Dit is het beste wildmoment van onze reis!

IMG_9782

IMG_9851

IMG_9940

Ook krijgen we een nukkige hippo te zien die opgejaagd door al het gewoel in zijn rivier, nors een zebraatje doodbijt.

IMG_0005

Splashing at Onsea House

Na onze eerste regen tijdens het kamperen hebben we (alweer) nood aan een beetje luxe. Alhoewel een beetje is misschien een understatement. Op weg naar Arusha herinneren we ons dat enkele jaren geleden er een reportage was over een Vlaams koppel in Tanzania. In we are from Belgium zagen we dat zij werkt voor het Rwanda tribunaal en hij dat hij een lodge had geopend.  Deze mensen moeten we ontmoeten!

Alvorens hen te contacteren, zien we op tripadvisor niets als lovende commentaren: a little gem, great place, oasis of beauty and serenity en amazing food. Dirk doet ons onverwacht een schitterend voorstel en is blij om nog eens Belgen over de vloer te krijgen. Jammer genoeg zullen ze niet aanwezig zijn, Dirk en de familie genieten van een weekje aan het Keniaanse strand terwijl wij daar zullen zijn.

Met hoge verwachtingen komen we aan in Onsea house. WOW!

Ongelooflijk wat ze in Onsea house hebben kunnen realiseren. Alles is zoals het hoort te zijn en meer. Dirk kende onze situatie en heeft de pool house ter beschikking gesteld voor ons. Living, twee slaapkamers (voor als we ruzie krijgen) en twee badkamers, met een prachtig zicht op zwembad en de vallei. Als kers op de taart staat er een grote kom chocolaatjes klaar in de keuken voor ons. Zelden zo vaak naar de keuken gegaan op twee dagen tijd.

‘s Avonds gaan we bij Axel in het restaurant eten, joviale kerel die vroeger een restaurant in St Martens Latem had. Nu serveert hij asperges a la flamande voor ons en een lekkere steak met verse béarnaise saus. Axel staat met recht en rede gekend als de beste chef van Tanzania.

Ontstellend dat Prinses Astrid dit heeft moeten missen (foei!), gelukkig vinden de artiesten wel de weg naar Onsea!

website Onsea

Safarinerds

Op 28 september begint het opeens hard te regenen. Naar goede traditie kan mijn vader zelden op vakantie gaan zonder dat het regent, tot grote frustratie van zijn medereizigers. Maar goed we wisten het op voorhand, dus… In het midden van de nacht, met een uur vertraging landt hij in Dar. Goed voorbereid als we zijn hadden we toch een betaalbaar en goed hotel gevonden op een kleine afstand van de luchthaven. Het begint goed. De kleine afstand blijkt over een bospaadje te zijn in het pikdonker en eens in de buurt, staan we voor een grote bareel. Ik ga door het bos op zoek naar een wakkere neger om open te doen. Een stinkende vetzak komt met veel tegenzin ons uit de nood helpen. We zijn hier duidelijk niet verwacht. Na wat doelloos rondlopen tussen de kamers besluit onze gastheer dat banda nr 2, papa’s kamer zal worden. Ik had het ongeluk om als eerste binnen te gaan. Zeker wel een mooie banda, maar de guard had er niet beter op gevonden dan zijn matras in de kamer te leggen en lag daar gezellig te ruften. Onmiddellijk besluit ik dat papa hier onmogelijk kan blijven, maar het is 2u ‘s nachts en niemand heeft veel zin om nog eens de weg terug te doen. Gelukkig pakt onze gast het sportief op en zetten we een tentje op. Dit was het absolute dieptepunt que accomodatie tijdens zijn reis, maar toch zal het een constante blijven, basic.

Papa is toegekomen met 46 kg baggage (waarvan in alle eerlijkheid zowat de helft chocolade en crèmekes van Monique voor hem en haar) en een hoop fotografiemateriaal met als duidelijke boodschap: GAMEDRIVEUH!

IMG_8377

De dag erop rijden we zover als mogelijk richting Ruaha NP. Dar is qua mobiliteit zowat de slechtste stad die ik ken en het duurt algauw 3u alvorens we de buitenwijken van de stad verlaten, nog 630km te gaan. We slapen in een goede campsite in Iringa, Safari River Camp, 130 km ten zuiden van het park.  De dag erop zijn we er eindelijk. En wat een park. Op onze eerste gamedrive vinden we een pride van 8 leeuwen. We volgen ze een tijdje en tot onze grote verbazing schakelen ze ineens over in jachtmodus. Ze stellen zich op op een rij en naderen heel voorzichtig een gigantische giraf. Het begint ondertussen te schemeren en opeens verliest de tweede leeuw haar cool en valt prematuur aan. De giraf ziet ze komen en zet het op een lopen. Jammer genoeg naar de andere kant van de heuvel en we missen het einde, al denken we dat de kill uiteindelijk mislukt is. De dag erop vinden we er geen sporen van terug.

De volgende dagen wordt het alsmaar beter: naast de vele giraffen, olifanten, buffels, antilopen,… zien we ook nog cheetah, hyena en leeuwen, leeuwen, leeuwen.

IMG_7822

IMG_6694

IMG_7844

IMG_7872

We sluiten vriendschap met een sympathieke Duitse Nat Geo cameraman en de komende dagen krijgen we allerlei tips. Niet voor niets draaien ze in Ruaha de beelden voor Cats Battlezone. Op 7 dagen Selous en Ruaha  zien we meer dan 100 leeuwen. Er gaat geen dag voorbij zonder een katje te zien, en we zien ze oa smullen van een kudu en giraf. Vettige boel eigenlijk. Zij die het beeld hebben van een leeuw die met mes en vork een sappig stukje filet tussen de tanden nemen, kunnen er niet verder naast zitten. Darm, maag en de inhoud geloven er het eerst aan. De geur rond een kill is na een tijdje niet te harden.

IMG_7292

IMG_7331

IMG_8189

Selous is meer van hetzelfde in een meer tropische landschap. De weg tussen Ruaha en Selous loopt door een extreem vruchtbare vallei en onderweg zien we kleurrijke marktjes, prachtige vogeltjes en zelfs de verlegen Colobusaapjes.

IMG_7461

IMG_7412

 

In Selous zien we naast de usual ook een warthog met gigantische tusks, leeuwen, een glimps van een luipaard en ook nog wilde honden.

IMG_7683

IMG_7890

Hier maken we ook het spannendste moment van papa’s reis mee. Op het moment dat we bij de honden staan, wil ik starten. Platte batterij. Gelukkig komt er niet veel later een gamedrive vehicle langs die bereid is om ons te boosten. Nog nooit zo schrik gehad om startkabels uit de koffer te halen. De honden kijken amper op, maar met mijn vader (met een stuk hout in de hand) in mijn rug, en de billekes dichtgeknepen lukt het ons om de kabels te bevestigen. De komende twee dagen laten we de motor non-stop draaien tijdens het gamedriven. Op onze laatste dag gamedriven krijgt papa tot zijn grote vreugde nog elanden en Liechtenstein hartebeest te zien. Muv een sable antiloop hebben we hem toch alles kunnen aanbieden dat Tanzanië in het zuiden te bieden heeft. Deze twee parken behoren naar onze bescheiden mening tot de top van Afrika, al zullen ze iets moeten doen aan de prijs/kwaliteitsverhouding.

IMG_7427

Na 10 dagen intensief gamedriven, en transfers, zijn we alledrie moe maar uiterst voldaan. Gelukkig beslist papa om ons te trakteren in een goed hotel en kunnen we van onze laatste dag met hem in luxe genieten in Dar.

Het bezoek zit er op. We zijn heel blij dat we tijdens onze reis zoveel gasten hebben gehad en dat iedereen enthousiast was over hun en onze reis. Nu gaan we lekker genieten van onze laatste maanden Afrika. Een veelvoorkomende vraag van iedereen is het budget. Geen paniek hier, we hebben voorlopig nog genoeg. Glimlach

 

IMG_6958

Zijde gelle ier oek mé Jetair?

Dar is de economische hoofdstad van Tanzanië en ook met 4 mio inwoners de grootste stad van Oost-Afrika. Eerlijk gezegd, we hadden niet verwacht dat het zo achter zou zitten. Onmogelijk om wat kleren bij te kopen, Mr Price (kruising JBC en C&A) blijkt echt de beste kledingwinkel te zijn in Afrika. Ook qua accomodatie vinden we niks deftigs onder de 130USD per dag. Gelukkig is er buiten de stad een campsite aan het strand, eigendom van een Australisch-Nederlands koppel (incl de obligate bitterballen). Al bij al hebben we nog veel plezier in Dar, het heeft toch nog een beetje de schijn van een wereldstad. We doen wat onderhoud aan Genghis en ik spendeer een volledige dag met een auto-electrician om een kortsluitende draad te vinden. Ik weet nu ook hoe je de wagen van zijn interieur moet strippen.  Al sinds enige tijd hebben we wat problemen met de startbatterijen, maar zolang we Genghis dagelijks gebruiken start hij zonder problemen. We vinden een importeur van Varta batterijen, maar we zijn niet bereid om 500USD aan twee batterijen te geven. Jullie voelen mij al komen: dom, dom, dom.

Omdat we alweer bezoek verwachten, mijn vader komt naar Tanzanië, moeten we nog wat tijd overbruggen en beslissen we naar Zanzibar te varen. Een tijdje geleden, zijn er nog heel wat mensen omgekomen bij deze gevaarlijke overtocht, maar we kiezen voor de veilige en snelle Kilimanjaro III. Zelden zo groen gezien…

Stone Town is voor ons een schot in de roos. Heel gezellig stadje, ondanks het massatoerisme, nog vriendelijke mensen en toffe souvenirs in de smalle straatjes. We verblijven er in totaal 3 nachten en kunnen het warm aanbevelen. Het enige wat ons tegenviel was de spice tour en de prison island tour. Vooral deze laatste was voor ons echt wel verschrikkelijk. De reuzenschilpadden die we op het eiland konden zien, bleken eigenlijk geimporteerd uit de Seychellen en in een zoo geplaatst.   Gelukkig brengt de man ons nog naar een plaatsje waar we kunnen snorkelen en dit is al veel interessanter.

Na de stad naar de beach. We hebben nog eens zin om te splashen en boeken een mooie kamer aan de zee. De kamer is schitterend, het strand is witter dan wit, een super driedaagse. Eerlijk is eerlijk, de stranden in Mozambique waren niet zo wit (99 ipv 100%), maar daar waren we helemaal alleen, het was spotgoedkoop en het eten was vele malen beter…

Dé highlight van Zanzibar was duiken voor ons. Met een bootje varen we naar de Mnemba atol in het Noorden van Zanzibar. Ik heb geen foto’s genomen, want mijn lens had het dan begeven, maar ik stel voor dat jullie het eens googlen en eens goed watertanden…

Op de boot komen we nog eens Belgen tegen.
Belg: “Zijde gelle ier oek mé Jetair?”
Delphine: “Nieje, welle zen met den otto”

Mbuzi na chipsi mayay

Van Mozambique naar Tanzanië rijden blijkt geen eenvoudige onderneming te zijn. Twee keuzes: ofwel rijden we langs de kust via de directe route, wat aantrekkelijk kort is en mooi, ofwel rijden we 600km om via de Unity Bridge, een misbaksel van beton,  dat halverwege de grens is neergepoot op een plaats waar geen kat ooit komt. Nog een nadeel van deze laatste optie is dat de eerste 300 km in Mozambique over op zijn zachtst gezegd afschuwelijke wegen te doen zijn. Gelukkig hebben de twee overheden in hun budget voor de 5 km voor en de 5km na de brug een mooie autostrade voorzien. Afrika op zijn best en de EU als sponsor van dienst!

IMG_6562

Na wat navraag blijkt de ferry, nodig om de rivier aan de kust over te steken, gezonken is. Uiteraard hebben enkele vriendelijke Afrikanen een oplossing voor alles en kan je enkele pirogues huren die met wat koorden aan elkaar worden gebonden en waar je zo op kan rijden. Dit doen ze dan ook voor een zacht prijsje, 500USD. We kiezen eieren voor ons geld en besluiten om te rijden.

De weg is gelukkig vrij mooi en we kunnen wildkamperen onderweg. We parkeren Genghis in een verlaten steengroeve en kruipen vroeg onder de wol. ‘s ochtends vroeg verschieten we ons een ongeluk, uit de bosjes komt een neger met een panga (machete). Lichtjes in paniek roept Carl een vrolijke jambo. De man blijkt gelukkig heel blij te zijn dat we geen soldaten zijn en roept ‘alles veilig’ naar zijn kompanen. Uit het bos komen er een 30tal stropers, met panga’s en netten gewapend en allen roepen ze ons vriendelijk goeiemorgen toe.

P1100709

In Tanzanië hebben we al snel begrepen dat de mensen hier alweer supervriendelijk zijn. Overal wordt je aangesproken, krijg je hulp,… Tot we in het sjieke German Boma hotel terechtkomen in Mtwara. We hoorden dat we hier mochten kamperen en spreken met de receptioniste een prijs af. 25USD om op een parking van het hotel te kamperen vinden we te veel maar omdat we weinig zin hebben om verder te zoeken gaan we akkoord. Verder wordt ons ook nog duidelijk gemaakt dat het gebruik van het zwembad apart wordt verrekend aan 6USD per persoon. Het hotel was overigens leeg buiten ons vieren. ‘s Ochtends wordt Delphine aangesproken door de manager, die we voor het eerst te zien krijgen, en krijgt ze te horen dat we niet 25 maar 50USD moeten betalen, met als excuus dat de receptioniste ons niet goed had begrepen en geen engels kon. De lieve en vriendelijke receptioniste sprak perfect engels en zit er sip bij. Na heel kort overleg besluiten we enkel het afgesprokene te betalen. Een tirade volgt:
Engels wijf: “YOU HAVE DECIDED NOT TO PAY!? I hope you feel good about yourself, because I certainly feel very bad about you”.
Carl: “This is your mistake not ours. We will certainly make some very good publicity for this place.”
Engels wijf: “And I will certainly make bad publicity about you! I hope you will never show yourselves here again” 

Na de uitwisseling loopt de trol met slaande deuren in haar bureau en blijven we achter met het verbijsterde personeel. Ze komen ons allemaal een hand geven en excuses maken. Vreemd mens…

We reizen opnieuw richting het centrum van Mtwara waar we bij een lief Pools vrouwtje van rond de 75 kamperen. Zij vraagt welgeteld 5EUR voor twee inclusief electriciteit en al de goede raad die we ooit nodig zullen hebben. Zoals in de rest van Zuid-Tanzanië is er niet gigantisch veel te zien qua highlights, maar wegens niet toeristisch fantastisch om een praatje met de mensen te maken en op straat wat gebakken geit, met lekkere frietjes te eten!

Als laatste stop in Zuid-Tanzanië bezoeken we Kilwa waar we de eerste keer in contact komen met de absurde prijspolitiek van het Tanzaniaans ministerie van toerisme. De ruines bezoeken, vroeger amper 1,5EUR per persoon, zijn in een ruk opgeslagen naar 20USD per persoon, exclusief overtocht, gids etc. Algauw komen we aan 150USD voor vier om wat stenen te bekijken, wat we dus achterwege laten.

Hier nemen we afscheid van Bram en Lore, zij moeten naar Kampala waar ze bezoek krijgen van Lores moeder. We zullen zeker hun gezelschap missen en ook wel Lores kennis van Swahili en Brams kookkunsten.

Robinson Crusoë

De Quirimbas eilanden vormen een archipel aan de noordkust van Mozambique. De eilanden worden nog niet vaak bezocht door toeristen, met uitzondering van een handvol honeymooners die rechtstreeks naar hun lodge vliegen op een van de vele bounty eilandjes. De ferry naar het hoofdeiland Ibo is dan ook niet veel soeps, een klein motorbootje letterlijk volgeladen met mensen, dieren, scooters,…We ontmoeten de sympathieke Fransman Stephane, die een hotelletje op Ibo heeft. Aangezien hij geen gasten had, stelde hij ons voor in zijn guesthouse te verblijven voor een klein prijsje. Het feit dat Stephane chef kok is (He`s the best cook on the island, wordt ons meermaals toegefluisterd) is mooi meegenomen.

IMG_2450

IMG_6019

IMG_6028

IMG_6070

IMG_6252

Rondslenteren in de straatjes van Ibo is heerlijk. De mensen wuiven, er staan prachtige gebouwen en de diepblauwe zee en palmbomen zijn nooit ver weg.

Vervolgens charterden we samen met Bram en Lore en James, een rondreizende Engelsman, een lokale zeilboot om ons naar Matemo island te brengen. Dit eiland zou de mooiste stranden van de archipel hebben en het is de enige plaats waar je als budgetreiziger terecht kan. Er is een soort guesthouse/campsite opgericht door de lokale community onder leiding van Senhor Dadi. De stranden stellen niet teleur, mooier kan haast niet. En ook Senhor Dadi zet zijn beste beentje voor. Elke avond kregen we heerlijke seafood voorgeschoteld door Senhor Dadi en zijn zonen die zich voor de gelegenheid uitdosten in hun beste kostuum. Matemo island wordt in onze reisgids beschreven als het eiland met de vriendelijkste mensen ter wereld. En we moeten ze gelijk geven. We huren een dag een piki-piki (scooter) om het eiland te verkennen en worden overal met de glimlach onthaald.

IMG_6330IMG_6241

We maken nog een uitstap naar een naburig eilandje waar we kunnen snorkelen, Ilha de Rolas en -nadat we Lore `Baywatch style` gered hebben, omdat ze afdreef door de sterke stroming op zee- genieten we van zon, zee en strand.

Ons verblijf bij Senhor Dadi was schitterend en we voelden ons al snel thuis op Matemo island. Onze laatste avond gingen we naar de lokale (kinder)disco die elke avond georganiseerd wordt door Dadi bij hem thuis. Prachtig om te zien hoe kleine kinderen al kunnen dansen voor ze kunnen lopen.

IMG_2443

Terug op het vasteland zijn we blij dat we terug in onze vertrouwde ratvrije (in tegenstelling tot de hutjes van Dadi) daktent kunnen slapen. We parkeren ons op het opnieuw sublieme strand van het vissersdorpje Pangane. Bij het binnenrijden van het dorp zien we een slang. Bram, de slangenspecialist, haalt enthousiast zijn slangentang en handschoenen boven om het beestje te vangen. De mannen van het dorp zijn eerst heel nieuwsgierig, maar als Bram de slang triomfantelijk in de lucht houdt, lopen ze letterlijk gillend weg.

IMG_6499

Als de vissermannen enkel kreeft blijken te verkopen, blijkt hoe verwend we zijn: ”Weeral kreeft? Ik had zin in inktvis…”

IMG_6536